Sturen op bezetting, ruimte en huurders
Een groot deel van waardecreatie begint bij iets heel concreets: zorgen dat vastgoed goed verhuurd blijft en aansluit op de vraag. Leegstand is daarbij de grootste tegenstander. Elke lege meter drukt de huuropbrengst en kan de kwaliteit van een locatie aantasten. Actief beheer betekent: bezetting op peil houden Actief beheer betekent: de bezetting op peil houden én huurderssignalen vroeg oppikken, doordat je een goede en continue relatie met huurders onderhoudt.
Leegstand komt zelden uit de lucht vallen. Het kondigt zich vaak aan: een huurder wil uitbreiden, juist kleiner gaan of heeft andere ruimte nodig door veranderende marktomstandigheden. Bijvoorbeeld een extra magazijn, juist een gekoelde ruimte, meer buitenruimte of een aparte opgang. Het kan van alles zijn. Door korte lijnen en regelmatig contact te maken met huurders kan er vroeg worden geschakeld, bijvoorbeeld door intern te schuiven met units of door huurders te matchen met een ruimte die beter bij past bij wat het bedrijf nodig heeft.
“Je wilt niet reageren op leegstand,” zegt Theelen. “Je wilt hem vóór zijn. Door dicht op huurders te zitten, weet je eerder wat er speelt en kun je wisselen zonder dat er gaten vallen. Je huurders zijn ook waardevolle informatiebronnen bij het aantrekken van nieuwe huurders. Ondernemers praten graag met elkaar over plannen en uitbreidingen, en die signalen leveren ons regelmatig nieuwe verhuurkansen op.” Dat werkt door in de kasstroom. Minder leegstand betekent stabielere huuropbrengsten. En een locatie die goed functioneert, biedt vaker ruimte om huren te indexeren of bij aflopende huurcontracten te herijken, uiteraard binnen de afspraken en passend bij de markt. Een goede vertrouwensrelatie opbouwen met een huurder kost jaren. Het helpt als je elkaar al een paar keer eerder hebt kunnen helpen.
Retail als voorbeeld: de ankerfunctie en schaarste van locaties
In wijkwinkelcentra speelt de supermarkt vaak een sleutelrol in de waarde van een locatie. Supermarkten trekken dagelijks publiek en vormen daarmee het fundament onder de passantenstroom voor de overige winkels. Bovendien liggen de huurinkomsten bij supermarkten per saldo doorgaans hoger door hun grotere omzetpotentie en robuustere exploitatie, al betalen kleinere convenience-units per vierkante meter vaak juist een hogere huur.
Tegelijkertijd is zo’n supermarktpositie niet zomaar te verplaatsen of te kopiëren. In Nederland bepalen omgevings- ofwel bestemmingsplannen waar supermarkten zich mogen vestigen. Daarnaast spelen overheid en welstandscommissies een rol bij de ruimtelijke inpassing en uitstraling. Daardoor zijn bestaande, goed functionerende supermarktlocaties schaars en dus waardevol.
“Een supermarkt is niet alleen een trekker in de wijk,” aldus Theelen. “Het is ook planologisch niet zomaar te kopiëren. Dat geeft stabiliteit, en stabiliteit is een bouwsteen voor waarde.”
Waar het kan en past, kan het vergroten van een supermarkt bijdragen aan hogere huurinkomsten en een sterkere positie van het centrum. Maar hetzelfde principe geldt breder in retail: units optimaliseren, meters slimmer indelen en zorgen dat het aanbod blijft aansluiten op wat huurders en bezoekers nodig hebben.