Opti-Multi Asset Fund I volgetekend

Lees meer

Box 3: waarom particuliere beleggers steeds vaker de rekening van het kabinet betalen

Voor particuliere beleggers is box 3 al jaren veel meer dan een technisch belastingdossier. Het is een bron van onzekerheid, frustratie en oplopende druk. Eerst doordat jarenlang belasting werd geheven op basis van fictieve rendementen die in de praktijk lang niet altijd werden behaald. Nu doordat het kabinet toewerkt naar een nieuw box 3-stelsel dat per 1 januari 2028 moet ingaan, waarbij niet alleen werkelijke inkomsten uit vermogen worden belast, maar ook waardemutaties meetellen.

Delen via

Twitter Facebook

Voor veel particuliere beleggers schuurt dat op fundamenteel niveau. Niet alleen omdat de regels complexer worden, maar vooral omdat de overheid steeds verder vooruit lijkt te lopen op vermogen dat nog niet liquide beschikbaar is. Tegelijkertijd blijft ook het huidige overgangsstelsel leunen op forfaitaire aannames. Dat voedt het gevoel dat box 3 in de praktijk niet alleen bedoeld is als belasting op vermogen, maar ook steeds nadrukkelijker wordt ingezet als stabiele inkomstenbron voor de schatkist. Juist daar zit de gevoeligheid: niet dát er belasting wordt geheven, maar dat de overheid steeds eerder wil innen en daarbij ook niet-gerealiseerde rendementen in beeld brengt.

Belasting betalen zonder dat er geld binnenkomt

Daar zit precies de pijn. Een belegging kan op papier in waarde stijgen, terwijl er in werkelijkheid nog geen euro op de rekening staat. In het voorgestelde stelsel gaat het namelijk niet alleen om ontvangen rente, dividend of huur, maar ook om waardemutaties van vermogen. Dat betekent dat een belegger fiscaal kan worden aangeslagen op een moment waarop het rendement nog niet is verkocht, uitgekeerd of op een andere manier beschikbaar is gekomen.

Dat is geen abstracte discussie. Denk aan iemand die participeert in een vastgoedfonds dat kasstromen tijdelijk inzet voor verduurzaming, aflossing of herontwikkeling. De waarde van de participatie kan dan stijgen, terwijl tussentijds weinig of niets wordt uitgekeerd. Hetzelfde geldt voor een belegger met aandelen die bewust niet verkoopt, juist omdat hij voor de lange termijn vermogen wil opbouwen. In beide gevallen ontstaat belastingdruk zonder dat daar directe liquiditeit tegenover staat. Voor veel beleggers voelt box 3 daardoor steeds minder als een logisch belastingstelsel en steeds meer als een systeem dat losraakt van de economische werkelijkheid.

“Voor particuliere beleggers wordt box 3 steeds moeilijker uit te leggen,” zegt Alexander Gevaerts, managing partner bij Opti-Investments. “Je kunt fiscaal worden aangeslagen op rendement dat je nog niet hebt ontvangen. Dan praat je niet meer over een redelijke heffing op vermogen, maar over een systeem dat de werkelijkheid uit het oog verliest.”

Ook het huidige systeem blijft wringen

Het systeem van vandaag schuurt tevens ook. Voor 2026 geldt in box 3 een belastingtarief van 36 procent. Tegelijkertijd blijft de huidige systematiek uitgaan van forfaitaire aannames, terwijl de overheid ondertussen werkt aan de overgang naar een nieuw stelsel. Voor veel beleggers voelt dat nog altijd als: eerst betalen, daarna pas kijken of het in de praktijk wel klopt.

Dat versterkt het gevoel dat box 3 niet in de eerste plaats is ingericht vanuit de werkelijkheid van de belegger, maar vanuit de behoefte van de overheid aan voorspelbare inkomsten. Zodra de begroting onder druk staat, komt box 3 al snel weer in beeld. Daarmee groeit de indruk dat box 3 niet alleen een belastinginstrument is, maar ook steeds vaker wordt gebruikt als begrotingsknop.

Naast de Beurs van Berlage prijkt op een gevel het eeuwenoude gezegde: ‘De cost gaet voor de baet uyt’. Veel beleggers hebben er geen bezwaar tegen om een redelijke bijdrage aan belasting te leveren. Het huidige stelsel gaat daarin echter te ver. Het remt ondernemerschap af en onttrekt liquiditeit die juist nodig is om waarde te creëren. En juist die waardecreatie vormt de motor achter economische groei, verduurzaming en werkgelegenheid.

Beleggen is voor veel mensen pensioenopbouw

Dat wringt des te meer omdat veel mensen niet beleggen voor snelle winst, maar om op lange termijn vermogen op te bouwen. Vaak is dat vermogen bedoeld als aanvulling op het pensioen of als financiële buffer voor later. In een samenleving die vergrijst, is dat niet alleen verstandig, maar ook maatschappelijk relevant.

Er wordt al snel gedacht dat dit alleen een probleem is voor welgestelde mensen die leven van hun vermogen. Maar dat doet geen recht aan de werkelijkheid. Het gaat juist ook om veel mensen die in de loop der jaren iets hebben opgebouwd en dat vermogen verstandig willen inzetten voor hun eigen toekomst of die van hun kinderen.

“Beleggen is voor veel mensen een vorm van langetermijnopbouw,” aldus Gevaerts. “Veel particuliere beleggers bouwen niet alleen vermogen op voor later, maar beleggen ook met het oog op hun pensioen. Dat is niet alleen in hun eigen belang, maar ook maatschappelijk van waarde. Juist doordat mensen zelf vermogen opbouwen, helpen zij mee om de kosten van een vergrijzende bevolking draaglijk te houden. Als de overheid daar steeds eerder en zwaarder op vooruitloopt, ontmoedig je het gezonde, geduldige beleggen waar uiteindelijk de hele economie baat bij heeft.”

Daarmee is de discussie over box 3 groter dan alleen een fiscale discussie. Het gaat ook over de vraag welk gedrag de overheid wil stimuleren. Wie zelf verantwoordelijkheid neemt voor zijn financiële toekomst, zou niet het gevoel moeten krijgen dat hij daarvoor wordt bestraft.

Waarom zoekt het kabinet zijn ruimte steeds weer in box 3?

Die vraag mag best scherper worden gesteld. Als de overheid extra inkomsten nodig heeft, ligt het meer voor de hand om nadrukkelijker te kijken naar grote internationale ondernemingen en grensoverschrijdende structuren dan naar particuliere beleggers die met al belast privévermogen iets voor later, of een extra steuntje voor hun kinderen, proberen op te bouwen. Juist omdat box 3 steeds vaker de indruk wekt een begrotingsinstrument te zijn, groeit het gevoel dat de fiscus hier niet alleen corrigeert of belast, maar vooral int.

Want wie belasting heft op rendement dat nog niet is uitgekeerd, raakt lang niet altijd de speculant. Vaak raakt het juist de geduldige belegger die voorzichtig, doordacht en voor de lange termijn vermogen opbouwt. Precies dat maakt het gevoel van onrecht groter.

Tijd dat Den Haag gaat luisteren

Intussen groeit de onrust over box 3 zichtbaar. Er is stevige kritiek vanuit beleggers, fiscalisten en belangenorganisaties op de belasting over papieren winsten. Ook de Raad van State was kritisch op het voorgestelde stelsel en wees op de ingrijpende gevolgen ervan. Dat zegt veel. Want hoe houdbaar is een systeem dat in Den Haag wordt gepresenteerd als rechtvaardig, maar in de praktijk voor veel beleggers vooral voelt als beleid dat steeds verder losraakt van de werkelijkheid?

De vraag is dan ook of het kabinet deze signalen dit keer wél serieus gaat nemen. In andere dossiers, zoals de huurmarkt, werd te lang vastgehouden aan beleid waarvan de negatieve effecten in de praktijk al zichtbaar waren. De les zou moeten zijn dat je waarschuwingen niet pas serieus neemt wanneer de schade al is opgetreden.

Ook bij box 3 stapelen die waarschuwingen zich op. Als Den Haag opnieuw te lang blijft redeneren vanuit modellen, begrotingen en papieren werkelijkheden, dreigt opnieuw schade te ontstaan die pas veel later echt wordt erkend. Dan is de vraag straks niet meer óf er protest was, maar waarom er wéér niet is geluisterd.

De wens is daarom helder: een belastingstelsel dat uitgaat van werkelijke rendementen, met oog voor liquiditeit, uitlegbaarheid en rechtvaardigheid voor particuliere beleggers.

 

Ik help u graag verder
Neem contact op

Alexander Gevaerts - Managing Partner